Overslaan en naar de inhoud gaan

Blauwpootoeverloopkever Elaphrus uliginosus

Indeling

Elaphrinae [subfamilie]
Elaphrus [genus] (5/5)
uliginosus [soort]

Deze stenotope soort heeft een voorkeur voor veenbodem, met een matig dichte vegetatie (Lindroth 1974). Hij komt vooral voor in oligotrofe, maar soms ook in iets voedselrijkere terreinen aan stilstaand water. Hyman (1992) noemde het een soort van vijver- en meeroevers, laagveenpoelen, vennen en rietland. Barndt et al. (1991) gaven voor de omgeving van Berlijn de biotopen in dezelfde bewoordingen weer. Lindroth (1985) gaf het belang van een weelderige vegetatie met zeggen (Carex), wollegras (Eriophorum) en mossen aan. In Nederland het meest aangetroffen in min of meer oligotrofe terreinen, o.a. in oude duinvalleien in Zuid-Holland en in blauwgraslanden in het oosten van het land (TG). Krogerus (1960) noemde hem tyrfobiont voor het Finse gebied. In Duitsland vooral in het gebied van de Nederrijn (Jarmer 1973). Vooral in het laagland, maar in de bergen (Jura) in hooggelegen dalen tot boven 1500 m, vooral in kleine brongebieden en aan oevers van kleine riviertjes, aldaar echter nog zeldzamer (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: G4 (6 series, 10 individuen). De hoogste dichtheden in vochtig struweel, grasland en rietland [23, 26, 28]. De soort is, gezien zijn voorkeur voor natte plaatsen, beslist ondervertegenwoordigd in het vangpotmateriaal. Het beeld van de biotoopvoorkeur is daarom zeker onvolledig (vergelijk o.a.: Blethisa en vele Bembidion-soorten). Eurytopie: 3 (PRES = 0,09 en SIM = 0,58). Bodem: lemig zand. Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Pterostichus strenuus 100% (2,2%). Lindroth (1985) gaf als begeleiders voor Scandinavië Blethisa multipunctata en Agonum versutum, hetgeen door het gebrek aan waarnemingen voor ons land niet bevestigd kan worden.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.