Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote duinkruiper Harpalus serripes

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
serripes [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
serripes [soort]

Nachtactief, overdag veelal onder bladrozetten. Voortplanting in het voorjaar, slechts weinig activiteit in het najaar (Larsson 1939). Overwintering als imago. Fytofaag, de volwassen dieren worden vaak aangetroffen op de zaden van grassen en granen. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Volgens Lindroth (1945) zijn de vleugels volledig ontwikkeld en zeker functioneel. Desender (1989a) vond voor het Belgische materiaal echter een relatieve vleugelontwikkeling van slechts ca. 60% en nauwelijks dieren met volledig ontwikkelde vliegspieren. Vliegwaarnemingen zijn niet bekend.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.