Overslaan en naar de inhoud gaan

Dwergkruiper Harpalus pumilus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
pumilus [soort]

Nachtactief, overdag tussen de wortels of onder bladrozetten. Voortplanting in het voorjaar en de vroege zomer. Overwinterende imago’s werden echter nog niet gevonden. De verdeling van de vangsten in vangpotten (Alders 1996, Den Boer 1958) komt goed overeen met het fenologiediagram (maximum in mei), maar de activiteit start pas in de tweede helft van april en is sterk afgenomen in juli; van oktober tot maart werden geen dieren gevangen. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: brachypteer(?), zie o.a. Luff (1998) en Desender et al. (1995). Barndt et al. (1991) vermelden dat de soort dimorf zou zijn. In België werden zonder uitzondering slechts individuen met sterk gereduceerde vleugels aangetroffen (Desender 1989a). Met name de binnenlandse populaties zullen vaak zeer geïsoleerd en kwetsbaar zijn. Mogelijk berust de vermelding van een vangst in Hongaarse lichtvallen (Kádár & Szél 1995) op verwisseling met een andere soort.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.