Overslaan en naar de inhoud gaan

Kleine roodpoothalmkruiper Harpalus griseus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
griseus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
griseus [soort]

Xerofiel. Thiele (1977) gaf hem op als een soort van weinig bemeste akkers in Oost-Europa. In Scandinavië is het een soort van schaars begroeide zandbodems, met name schrale graslanden en vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) (Lindroth 1986). In Midden-Europa op weinig bemeste cultuurlanden, vooral op braakliggende zandige akkers en in droge schrale graslanden, met een voorkeur voor heuvelachtig terrein (Burmeister 1939, Marggi 1992). Volgens Lindroth (1986) in het noorden samen met P. calceatus. In Zwitserland vaak samen met P. rufipes (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: Z(G) (3 series, 9 individuen). De weinige vangsten komen uit het eiken-berkenbos en kruidenrijke graslanden, hetgeen nauwelijks overeenstemt met de oecologische gegevens uit de literatuur. Eurytopie: 3 (PRES = 0,6 en SIM = 0,5). Bodem, Vocht en Begeleiders: onvoldoende gegevens.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.