Overslaan en naar de inhoud gaan

Kleine roodpoothalmkruiper Harpalus griseus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
griseus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
griseus [soort]

Nachtactief. Overdag verborgen onder rozetten van planten en ingegraven tussen wortels van bijvoorbeeld wilde averuit (Artemisia campestris). Voortplanting in het najaar, met een top in augustus (Larsson 1939). Overwintering hoofdzakelijk als larve, maar er overwinteren ook adulten. ‘Verse’ dieren in juli (Lindroth 1986). Zowel larven als adulten zijn waarschijnlijk omnivoor en eten naast insectenlarven en dergelijke ook zaden van grassen. De larve is onbekend.

Dispersie: macropteer. Een goede vlieger die vaak op licht afkomt (o.a. in 1987, 10 exemplaren in de Peel, FT90 (KA & TH). Eveneens in zuidelijk Oostenrijk en Zuid-Frankrijk in augustus met honderden per avond op een gewone gloeilamp (HT). Ook aangetroffen in aanspoelsel aan de kust (Baranowski & Gärdenfors 1974). 

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.