Overslaan en naar de inhoud gaan

Roodpoothalmkruiper Harpalus rufipes

Foto: Martien van den Heuvel

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
rufipes [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
rufipes [soort]

Overwegend xerofiel en warmtepreferent. Een zeer eurytope veldsoort, die op veel typen min of meer open bodem met enige vorm van begroeiing voorkomt (Den Boer 1977, Lindroth 1974, 1986). Lindroth noemde hem speciaal van kleigronden met humus, een voorkeur die niet uit de Nederlandse vangpotgegevens blijkt; bij ons met een zekere voorkeur voor zandige of kalkrijke bodems (Vergelijk Luff 1998). Vaak in verband gebracht met cultuurgronden, van vrij intensief bewerkte akkers en weilanden, tot parken, tuinen en ruderale plaatsen (Burmeister 1939, Marggi 1992, Thiele 1977). In mindere mate ook in open bossen en op kapvlakten (Von Broen 1965), maar bij onderzoeken in houtwallen en heggen in Engeland en Duitsland, werd hij uitsluitend in het veld en niet in de heggen aangetroffen (Pollard 1986, Thiele 1964).

Vangpotten. Groep: EU(E) (658 series, 7.387 individuen). Het is één van de vier soorten die in alle terreintypen werden aangetroffen. De laagste dichtheden werden gemeten in hoogveen [1] en de meest typische duinen [7-9]. In de heiden [2-6] vaak present, maar de aantallen zijn relatief laag. Zeer hoog scoren de vangsten in schrale graslanden, in struwelen en cultuurlanden op zandige bodem [10-15]. Middelmatig zijn de scores in bossen [16-22], maar ook daar wordt hij regelmatig aangetroffen. Ook zeer goed vertegenwoordigd in de overige terreintypen, die voor een deel ook op kalk- [25] of kleibodem liggen [23-24, 26-30, 33] en deels op zandbodem [31-32]. Het lijkt erop dat de soort zowel te open terrein [1, 7-9, 33] als te zware beschaduwing [16-22] enigszins mijdt. Eurytopie: 10 (PRES = 1,0 en SIM = 0,93). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: geen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.