Overslaan en naar de inhoud gaan

Groene kruiper Harpalus distinguendus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

Palearctische soort. In geheel Europa behalve de Britse Eilanden en het noorden van Fennoscandië. Zuidelijk tot Noord-Afrika; ook op de Azoren en Madeira. Naar het oosten tot de Kaukasus, Syrië, Iran, Afghanistan, Centraal-Azië, Tibet en Siberië. Areaalkarakteristiek: 9, Nederland: submarginaal.

Verspreiding in Europa

In Nederland verbreid en niet zeldzaam op de zandgronden. Niet op de Britse Eilanden. In Denemarken zeer zeldzaam, alleen enkele oude waarnemingen bekend van de zuidkust van de oostelijke eilanden (Bangsholt 1983), wellicht ook daar verdwenen; inmiddels als uitgestorven op de Rode Lijst (Jørum 1995). In Fennoscandië zeer verspreid en plaatselijk in de zuidelijke helft van Zweden (Lindroth 1945, 1986). Gemeld van alle Baltische staten (Silfverberg 1992). In grote delen van Duitsland verbreid en vooral in het westen en zuiden, plaatselijk talrijk (Horion 1941). In Noord-Duitsland zeldzamer. In Midden-Europa overal verbreid en vrij algemeen, inclusief Zwitserland, daar vooral in de grote rivierdalen (Marggi 1992). In België over het gehele land verbreid (Desender 1986).

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal waarnemingen gelijk gebleven of licht gedaald (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.