Overslaan en naar de inhoud gaan

Blauwe kruiper Harpalus rubripes

Foto: Tim Faasen

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
rubripes [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

West-Palearctische soort. In praktisch geheel Europa, behalve het noorden van Fennoscandië en Rusland. Naar het oosten tot de Kaukasus en West-Siberië. Areaalkarakteristiek: 9, Nederland: subcentraal.

Verspreiding in Europa

In Nederland vooral in de warmere streken, met name op de zuidhellingen van de stuwwallen en rivierdijken, op de zandgronden en in Zuid-Limburg. Op de Britse Eilanden vrij algemeen in het zuiden en het oosten van Engeland, zeldzamer in Wales, Schotland en Ierland; dichter bij de noordgrens min of meer beperkt tot de kuststreken (Luff 1998). In Denemarken verbreid en vrij algemeen (Bangsholt 1983). In Fennoscandië vooral in het zuiden van Zweden, voor het overige slechts incidentele waarnemingen (Lindroth 1945, 1986). In Duitsland in praktisch het gehele gebied niet zeldzaam, in warme gebieden vaak algemeen (Horion 1941). In Zwitserland rekent Marggi (1992) hem, naast H. affinis, tot de meest algemene Harpalus-soorten. In België in het hele land (Desender 1986).

Status: alleen in Nederland is het aantal vindplaatsen duidelijk minder geworden, in het omliggend gebied overal min of meer gelijk gebleven (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.