Overslaan en naar de inhoud gaan

Smaragdkruiper Harpalus smaragdinus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)

Nachtactief, overdag ingegraven in het zand tussen de wortels van planten. Het accent van de reproductieactiviteit ligt in het najaar. Volgens Schjøtz-Christensen (1965) en Luff (1998) kent de soort naast elkaar zowel voorjaarsvoortplanting met zomerlarven, als najaarsvoortplanting met winterlarven. De adulten leven meerdere jaren en kunnen vaker aan de voortplanting deelnemen. Of er een scheiding is tussen de twee reproductietypen van jonge en oudere dieren, is niet bekend, maar het is waarschijnlijk dat de totale ontwikkeling zich over twee jaar uitstrekt (Desender 1989a, Luff 1980). Volgens Marggi (1992) vindt de reproductie in Zwitserland voornamelijk in zomer en najaar plaats, met een top in juli. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Vliegwaarnemingen zijn bekend, voornamelijk uit de zomer. Hij beschikt over goed ontwikkelde vleugels. Een deel van de dieren blijkt, tenminste periodiek, over goede vliegspieren te beschikken (Desender 1989a).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.