Overslaan en naar de inhoud gaan

Kalkkruiper Harpalus dimidiatus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
dimidiatus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
dimidiatus [soort]

Gematigd xero-thermofiel. Thiele (1977) meldde dat de soort zich bij preferentieproeven als vrij eurytherm gedroeg. Een soort van droge, zongeëxponeerde terreinen, vooral op zuidhellingen met een kalkrijke, zandige of grindachtige bodem, zoals kalkgraslanden en met name randen van weinig bemeste akkers (Burmeister 1939, Marggi 1992). Ook op ruderale plaatsen, tuinen, wegranden en op dijken. Vooral in heuvelachtig terrein, in het Midden-Europese bergland soms tot subalpien, maximaal tot ca. 1400 m (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: D1 (4 series, 6 individuen). De vangsten komen alleen van kalkgraslanden en kalkakkers [25]. Eurytopie: onvoldoende gegevens. Bodem: kalk. Vocht: 2. Begeleiders: te weinig vangsten.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.