Overslaan en naar de inhoud gaan

Vierpuntkruiper Harpalus laevipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
laevipes [soort]

In Noord-Europa een vrijwel exclusieve bossoort, vooral van schaduwrijke loof- of gemengde bossen op matig vochtige zandige, venige of grindachtige bodem (Lindroth 1986). Vooral op de Britse Eilanden in veel opener terrein tussen mossen en bladeren, aan bosranden, in hoge, dichte kruidenvegetaties of onder struiken. In Fennoscandië in de bergen tot aan de berkenzone. Ook in België meer in 10x10 km-hokken met > 20% bos (Desender 1986). In Drenthe meer in de randen van het bos dan in het centrum (Den Boer 1977), en over het algemeen lijkt hij bij ons in de wat lichtere bostypen voor te komen. In Midden-Europa van het heuvelland tot in het montane gebied, maar slechts zelden tot alpiene hoogte, tot maximaal ca. 2000 m, soms op grasland boven de boomgrens (Burmeister 1939). In Zwitserland volgens Marggi (1992) meer een eurytope veldsoort dan een uitgesproken bossoort, met een voorliefde voor beschaduwde terreintypen, behalve in heggen en struwelen ook in hoge kruidenvegetaties.

Vangpotten. Groep: D3 (85 series, 1.779 individuen). De vangsten komen voornamelijk uit de matig vochtige tot vochtige bostypen [17-19] en vochtig struweel [23], maar ook uit de jonge bosaanplanten [15]. Een soort die ook talrijk is aangetroffen in houtwallen, o.a. in het noordelijk Westerkwartier in Groningen (Nelemans 1979). Enkele vangsten komen uit de droge heidevegetaties [4-5]. Eurytopie: 4 (PRES = 0,24 en SIM = 0,65). Bodem: veen. Vocht: 4. Begeleiders: Pterostichus oblongopunctatus 97,7% (22%), Notio-philus biguttatus 94,2% (17,9%), Pterostichus niger 88,4% (11,8%), Calathus rotundicollis 86% (31,9%), Loricera pilicornis 75,6% (9,4%), Notiophilus rufipes 75,5% (31,6%), Pterostichus nigrita/rhaeticus 74,4% (14,8%), Leistus rufomarginatus 73,3% (30,4%) en Nebria brevicollis 72,1% (9,2%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.