Overslaan en naar de inhoud gaan

Vierpuntkruiper Harpalus laevipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Harpalus [genus] (33/29)
laevipes [soort]

Nachtactief. Voortplanting in het voorjaar met zomerlarven en in het najaar met winterlarven volgens Lindroth (1945, 1986), ‘verse’ dieren in Zweden zowel in april-mei als van eind juli tot half augustus. Larsson (1939) noemt hem een voorjaarssoort en Den Boer (1977, 1990) noteert hem als voorjaars-/ zomervoortplanter (mei-eind juli). Bij ons slechts weinig herfstactiviteit. Overwintering als imago en als larve. De adulten zijn waarschijnlijk fytofaag en foerageren op zaden. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Vliegwaarnemingen o.a. uit Drenthe, per halve maand: mei 2/1, juni 3/0 (Tvh). Regelmatig aangetroffen in aanspoelsel.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.