Overslaan en naar de inhoud gaan

Aardloper Laemostenus terricola

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Laemostenus [genus] (1/1)
terricola [soort]

Epigeïsch, subterraan, trogofiel, guanofiel (Casale 1988). Evenals bij Sphodrus leucophthalmus gaat het hier om een vertegenwoordiger van een grote groep grottenbewonende en/of ondergronds levende soorten. De soort is in het noordelijke deel van het areaal in sterke mate synantroop, maar komt ook buiten menselijke bebouwing voor in holen van zoogdieren, in holle bomen met vogelnesten en achter schors (Alexander 1979, Lam 1986, Last 1945, Lindroth 1974, 1986). De dieren zijn ’s nachts aan de oppervlakte actief en zoeken overdag de beschutting. In de jaren zeventig werd hij eens in aantal aangetroffen onder stenen in het papegaaienhuis van een dierentuin bij Arnhem (KA & TH). Marggi (1992) veronderstelde dat de soort sterk onderbemonsterd is doordat over het algemeen stallen en kelders slecht onderzocht zijn. Bij een grondig onderzoek van een viertal oude boerderijen in Zwitserland, werd de soort telkens gevonden. In Midden- en Zuid-Europa vooral een bewoner van grotten, waar hij vaak wordt aangetroffen vlak bij vleermuismest (Casale 1988). Marggi noemde de soort ‘hygrofiel’, hetgeen niet in overeenstemming lijkt met het feit dat hij in Noord-Europa vooral op vrij droge en warme plaatsen gevonden wordt, o.a. in Zuid-Limburg aan bosranden op kalkgrashellingen, meermalen in het gezelschap van Leistus spinibarbis (Turin 1983).

Vangpotten. Groep: B2 (43 series, 381 individuen). De vangsten komen vooral uit de drogere heiden [4-6], braakland, bosaanplant en niet te vochtige bossen of bosranden, meestal met zuidelijke exposities, in Zuid-Limburg en het centrum van het land [14-16, 18-20] en (kalk)grasland, eveneens aan bosranden [25-26]. Eurytopie: 5 (PRES = 0,33 en SIM = 0,67). Bodem: geen voorkeur. Vocht: 2. Begeleider: Nebria brevicollis 79,1% (5,1%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.