Overslaan en naar de inhoud gaan

Ribbelkoppriemkever Bembidion assimile

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
assimile [soort]

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
assimile [soort]

Dagactief. Voortplanting in het voorjaar, vooral in mei. De adulten overwinteren bijvoorbeeld in graspollen aan de rand van natte gebieden. De larve is onbekend.

Dispersie: polymorf. De kortvleugelige vorm is in metrische zin wel gescheiden van de gevleugelde, maar er bestaat een grote variatie aan vleugellengten (Desender 1989a) (zie ook: fig. 47). Er zijn vele vliegwaarnemingen bekend. Op de Britse Eilanden vaak ongevleugeld (Luff 1998). In Denemarken is ongeveer 38% van de individuen macropteer (Bangsholt 1983), hetgeen goed overeenkomt met België, waar dit gemiddeld 36% is (Desender 1986). Bij de metingen van Belgisch materiaal bleek aan jonge oevers een aantal gevleugelde exemplaren met goede vleugels en vliegspieren deel uit te maken van de populatie. Bij oudere, eutrofe oevers was dit beduidend minder, in vochtig grasland werden uitsluitend dieren met gereduceerde vleugels aangetroffen. De soort was al vroeg aanwezig in de IJsselmeerpolders.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.