Overslaan en naar de inhoud gaan

Geelpootpriemkever Bembidion gilvipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
gilvipes [soort]

Hygrofiel. In vochtige bossen en vochtige tot natte open terreintypen (Barndt Et Al. 1991), maar voornamelijk op zeer beschaduwde plaatsen. Op vochtige kleioevers aan zoet water, vooral tussen mossen en bladeren (Lindroth 1974, 1985). Ook in natte bossen (Salix, Alnus) met een weelderige groei van o.a. bitterzoet (Solanum dulcamara). Voorts op zandige, modderige oevers in schaduwrijke moerassen, aan de voet van grote loofbomen, vooral populieren, in rottend plantenafval en soms in mollennesten (Burmeister 1939).

Vangpotten. Groep: D1 (8 series, 69 individuen). Relatief slecht vertegenwoordigd in het vangpotmateriaal. De weinige vangseries komen uit natte bossen [22], kruidenrijke graslanden en dijken in de uiterwaarden [25-26]. Eurytopie: 3 (PRES = 0,09 en SIM = 0,53). Bodem: rivierklei. Vocht: 2. Begeleiders: te weinig vangsten.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.