Overslaan en naar de inhoud gaan

Groefkoppriemkever Bembidion doris

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
doris [soort]

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
doris [soort]

Zeer hygrofiel. Aan oevers van stilstaand en stromend zoet water. In Fennoscandië talrijk aan oligotrofe en dystrofe meren, met een dichte vegetatie van zeggen (Carex) en wollegras (Eriophorum) (Lindroth 1974, 1985). Ook in beschaduwde moerasbossen en moerassen met veenmos (Sphagnum), samen met Agonum gracile, veelal onder dode bladeren. Ook Den Boer (1977) noemde het een soort van instabiele natte bossen. Volgens Burmeister (1939) van het laagland tot in het heuvelland, maximaal tot 600 m, op modderige oevers. Ook in Zwitserland leeft de soort op begroeide oevers van langzaam stromend of stilstaand water en in verlandingsvegetaties in mesotrofe en eutrofe wateren (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: Z(A) (2 series, 2 individuen). Het magere beeld in de habitatgrafiek kan wederom verklaard worden door het ontbreken van vangsten uit zeer natte terreinen in het bestand van vangpotgegevens. Eurytopie: 1 (PRES = 0,03 en SIM = 0,23). Bodem, Vocht en Begeleiders: te weinig vangsten.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.