Overslaan en naar de inhoud gaan

Zilveren priemkever Bembidion argenteolum

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)

Dagactief. Voortplanting in het voorjaar. Volgens Andersen (1966, 1978) worden de eieren gelegd in kamertjes aan het eind van gangen, die de vrouwtjes in vochtig zand maken (Lindroth 1985). De larve is opgenomen in de tabel van Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Een zeer goede vlieger die bij opwarming door de zon snel opvliegt. Het is één van de uitgesproken stenotope zandbewoners, die al kort na de drooglegging van Zuidelijk Flevoland in aantal werd aangetroffen op geïsoleerde zanddepots, die in het centrum van de polder al voor het droogmalen waren opgespoten (Haeck 1971) Het is dus uitgesloten dat ze daar met het zand zijn aangevoerd. Omdat rondom deze depots een voor de soort leeg kleigebied van hemelsbreed vele kilometers aanwezig was, kunnen we aannemen dat deze soorten vliegend arriveerden en dus over een uitzonderlijk goed dispersievermogen beschikken.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.