Overslaan en naar de inhoud gaan

Puntglanspriemkever Bembidion properans

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
properans [soort]

Op zonnige plaatsen met een ijle vegetatie en een gemiddelde vochtigheid (Lindroth 1974, 1985). In Fennoscandië op kleiige bodem, nooit op zand. Voor Zwitserland noemde Marggi (1992) het een hygrofiele soort van het laagland en de rivierdalen tot ca. 800 m (zelden hoger, maximaal 1350 m), met een voorkeur voor lemige bodem, niet op zandige en stenige plaatsen. Minder eurytoop dan B. lampros. In Nederland ook op zandbodem (zie onder vangpotten).

Vangpotten. Groep: EU(H) (256 series, 3.223 individuen). In tegenstelling tot B. lampros is B. properans weinig of niet gevangen in heiden [1-6] en bossen [15-22]. Kennelijk verdraagt hij minder beschaduwing. De hoogste dichtheden vinden we in cultuurlanden op zandige bodem [12-14], en in de vochtige tot natte jonge terreinen en oevers [27-33]. In duingebieden [7-11] is de soort aanwezig, maar marginaal. Eurytopie: 8 (PRES = 0,76 en SIM = 0,90). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: geen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.