Overslaan en naar de inhoud gaan

Duinpriemkever Bembidion pallidipenne

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)

Volgens Lindroth (1985) is hij nachtactief en verbergt zich overdag in gangen in het zand. Niet in overeenstemming hiermee is de melding van Burmeister (1939) dat hij op hete zomerdagen op oevers loopt en vliegt en zich gedurende inactieve perioden onder stenen of in het zand verbergt. Voortplanting in het voorjaar, copulaties zijn waargenomen in april. Het vrouwtje legt de eieren in een klompje, aan het eind van een geknikte, schuin naar beneden lopende gang van ongeveer 2,5 cm. De ontwikkeling vindt plaats van mei tot juli. Hij jaagt op de strandjes op de kevers Bledius fergussoni (= arenarius) (kortschildkevers, Staphylinidae) en/of Heterocerus hispidulus (oevergraafkevers, Heteroceridae), die hij op de rug gooit en vervolgens doormidden bijt (Burmeister 1939, Lindroth 1985). De larve is opgenomen in de tabel van Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Lindroth (1945) citeert een vliegwaarneming die door Larsen (1936) is gedaan. Burmeister (1939) meldde ook vliegwaarnemingen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.