Overslaan en naar de inhoud gaan

Gewone viervlekpriemkever Bembidion tetracolum

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Bembidion [genus] (58/54)
tetracolum [soort]

Dagactief. Voortplanting in het voorjaar en jonge dieren in de herfst (Burmeister 1939). Overwintering als imago. Volgens Lindroth (1985) wordt op akkers een belangrijke bron van voedsel gevormd door de eieren van plaaginsecten. Bij kweken bleken eieren dan ook beter als voedsel te voldoen dan potwormen (TD). Het voorkomen van B. tetracolum zou daarmee kunnen bijdragen aan het stabiliseren van de aantallen van plaaginsecten. De larve is opgenomen in de tabel van Luff (1993).

Dispersie: dimorf, met een duidelijke scheiding tussen de morfen (Desender 1989a). De gevleugelde vorm beschikte doorgaans ook over goede vliegspieren. Vliegwaarnemingen zijn zeldzaam, onder andere uit Drenthe: april 2, mei 1, juni 1 (TVH). In oevers ligt doorgaans het percentage gevleugelde individuen duidelijk hoger dan in cultuurlanden, waar vrijwel alleen kortvleugelige worden aangetroffen (Desender 1989a, Luff 1998). In de IJsselmeerpolders al vroeg aangetroffen en daar nog steeds zeer talrijk (KB, HS).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.