Overslaan en naar de inhoud gaan

Gewone graanloper Zabrus tenebrioides

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Zabrus [genus] (1/1)

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

West-Palearctische soort. In Europa noordelijk tot Zuid-Zweden en Letland (Silfverberg 1992), zuidelijk praktisch overal tot de Middellandse Zee. Naar het oosten tot Oekraïne inclusief de Krim, Zuidwest-Siberië, de Kaukasus en Klein-Azië. Areaalkarakteristiek: 4, Nederland: marginaal.

Verspreiding in Nederland

In Nederland heeft de soort een veel noordelijker verspreiding gehad dan thans het geval is. Op het moment is hij goeddeels beperkt tot Zuid-Limburg, al zijn er twee -recente noordelijke vangsten uit het rivierengebied bekend, namelijk Bunnik (1974) (DW) en Groesbeek (1992) (MVDW). Op de -Britse Eilanden zeldzaam en beperkt tot het zuiden en oosten van Engeland en het zuiden van Wales. In Groot-Brittannië op de waarschuwingslijst (Hyman 1992). Na warme zomers soms talrijker en plaatselijk schadelijk (Bassett 1978, Luff 1998). Van Denemarken (Bangsholt 1983) en Fennoscandië (Lindroth 1945, 1986) zijn merendeels slechts oude waarnemingen bekend, de laatste uit Zuid-Zweden van 1951 en 1952 in Denemarken, waar hij alleen in het oosten gevonden is, na 1950 slechts twee waarnemingen; aldaar als bedreigd op de Rode Lijst (Jørum 1995). In Duitsland was de soort zeer verbreid (Horion 1941), thans op de betreffende Rode Lijsten als zeer bedreigd aangemerkt: Berlijn (Barndt et al. 1991) en Baden-Württemberg (Trautner 1992b). In geheel Midden-Europa sterk achteruitgegaan volgens nagenoeg alle relevante faunistische werken. Ook in Zwitserland op de Rode Lijst (Marggi 1992). In België verbreid in het midden en oosten van het land, maar het betreft hier veel oude waarnemingen (Desender 1986). Voor Vlaanderen op de Rode Lijst; laatste vangst van Itterbeek (1985) (Desender et al. 1995).

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal waarnemingen overal sterk achteruit gegaan en is hij in beduidend grote gebieden zeer waarschijnlijk al uitgestorven (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.