Overslaan en naar de inhoud gaan

Moerasbontloper Acupalpus dubius

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Acupalpus [genus] (7/7)
dubius [soort]

Hygrofiel. Vrij eurytoop. Op vochtige, min of meer beschaduwde bodem, zowel klei als veen en zand (Lindroth 1974, 1986). Meestal aan de oevers van poelen en zowel in vrij open terreinen als in bossen, tussen bladeren en mos. In hoofdzaak in het laagland. In Midden-Europa in leemgroeven aan het water of in veenmos (Sphagnum), of in rietlanden tussen dood plantenmateriaal (Marggi 1992). Horion (1954) gaf een voorkeur aan voor veen en noemde hem met A. brunnipes en A. flavicollis zelfs ‘tyrfofiel’. Ook Den Boer (1977) en Barndt et al. (1991) noemden hem als een soort van open veen.

Vangpotten. Groep: A1 (7 series, 43 individuen). De vangsten komen vooral van heideterreinen [2-4], met het accent op vochtige heiden met Erica [3]. Een vrij hoge score vinden we ook in de categorie van de ruderale terreinen [24]. Eurytopie: 3 (PRES = 0,12 en SIM = 0,48). Bodem: veen. Vocht: 5. Begeleiders: onvoldoende gegevens.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.