Overslaan en naar de inhoud gaan

Moerassnelloper Agonum fuliginosum

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Agonum [genus] (20/18)

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

Palearctische soort. In het gehele noorden. Zuidelijk tot Midden-Frankrijk, Noord-Italië en Bosnië. Niet in het zuidoosten van Europa. Naar het oosten tot de Kaukasus en West-Siberië. Areaalkarakteristiek: 3, Nederland: centraal.

Verspreiding in Nederland

Evenals bij de meeste Agonum (Europhilus)-soorten, ligt het zwaartepunt van de verspreiding in Noordoost-Europa en wordt hij geleidelijk naar het westen en het zuiden toe zeldzamer (Wasner 1977). In Nederland over praktisch het gehele land verspreid, maar niet in al te open agrarische gebieden in het westen. Op de Britse Eilanden overal in Groot-Brittannië en Ierland, met name in de natte gebieden in het noorden en westen (Lindroth 1974, Luff 1998). In Denemarken zeer verbreid en algemeen (Bangsholt 1983). In Fennoscandië tot het hoge noorden (Lindroth 1945, 1986). In Duitsland over het gehele gebied over het algemeen niet zeldzaam, maar veel minder voorkomend in de Alpen (Horion 1941). In Zwitserland alleen in enkele vlakke dalen, bijvoorbeeld van de Rhône, de Aare en de Rijn (Marggi 1992). In België een verbreide en gewone soort (Desender 1986).

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal vindplaatsen zeer duidelijk toegenomen (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.