Overslaan en naar de inhoud gaan

Borstelglimmer Amara equestris

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
equestris [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
equestris [soort]

Nachtactief, overdag tussen de wortels van grassen of in het strooisel. Voortplanting in de zomer en vroege herfst, van juli tot half augustus. De eieren worden gelegd van eind juli tot begin september en de larven overwinteren, naast een (klein) deel van de oude adulten, die echter vrijwel geen van alle de winter overleven (Schjøtz-Christensen 1965). De ver-popping vindt in april-mei plaats op de bodem van de larvale gangen (Burmeister 1939). Jonge dieren kunnen worden gevonden vanaf eind mei-begin juni, ze komen korte tijd aan de oppervlakte, om zich daarna weer in te graven om uit te harden. Volgens Burmeister (1939) kent ook deze soort een zomer- en een herfstgeneratie (zie de inleiding bij het genus). De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Lindroth (1945) en Desender (1989a) gaven echter aan dat hij sterk gereduceerde vleugels heeft, terwijl er ook geen dieren werden gevonden met vliegspieren. Er zijn tot op heden ook geen directe vliegwaarnemingen bekend. Ook de indirecte melding van Lindroth (1945) moet als zeer twijfelachtig beschouwd worden.

 

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.