Overslaan en naar de inhoud gaan

Duinroodpootglimmer Amara lucida

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
lucida [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
lucida [soort]

Xerofiel. Een soort van open en droge terreinen, praktisch beperkt tot zandgronden met een zeer ijle vegetatie (Lindroth 1974, 1986). In Noordwest-Europa heeft hij een sterke voorkeur voor terreinen aan de kust, maar er zijn ook binnenlandse vondsten, die bijna altijd afkomstig zijn van schrale, zandige graslanden en droge heiden. In Midden-Europa komt hij niettemin tot ca. 1000 m hoog in de bergdalen voor en ook daar op open zandige en zonnige plaatsen, bijvoorbeeld langs rivieren (Burmeister 1939).

Vangpotten. Groep: B1 (105 series, 559 individuen). De vangsten komen vooral uit vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens), duinen en zandbanken nabij de zee [6-10, 31] en graslanden in het binnenland [12, 26]. Niet goed verklaarbaar is de score in oud naaldbos [17]. Het is niet onwaarschijnlijk dat de soort ook gevonden kan worden in schrale, zandige graslanden in het binnenland [11]. Eurytopie: 5 (PRES = 0,27 en SIM = 0,71). Bodem: zand. Vocht: 2. Begeleiders: Calathus (melanocephalus)/cinctus 89,5% (10,7%), Calathus fuscipes 83,8% (15,1%), Amara curta 81,9% (33,5%), Calathus erratus 81% (13,5%), Syntomus foveatus 76,2% (21,7%) en Harpalus servus 75,2% (38,2%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.