Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kleine roodpootglimmer Amara anthobia

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
anthobia [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
anthobia [soort]

Hij wordt zowel in open terreinen als in bossen gevonden. Hij heeft een voorkeur voor zandige, schrale, agrarische of ruderale terreinen met een spaarzame begroeiing (Lindroth 1974, 1986). Door verschillende auteurs aangemerkt als thermofiel (Horion 1939, 1941, Marggi 1992). In de periode 1979-1981 was dit in de tuin van de auteur, die net was aangelegd op schrale bouwgrond (Renkum, Veluwe) de meest talrijke Amara-soort.

Vangpotten. Groep: b2 (21 series, 256 individuen). De vangsten betreffen vooral zandige, open graslanden en duinstruweel [10-12] en braakland [14]. Voor het overige komen de vangsten uit bosachtige terreintypen [18, 22-23], waarschijnlijk de winterhabitat (vergelijk A. communis). Eurytopie: 5 (pres = 0,24 en sim = 0,78). Bodem: zand. Vocht: 2. Begeleiders: Calathus fuscipes76,2% (2,7%), Calathus melanocephalus/cinctus 76,2% (1,8%), Amara aenea 71,4% (3%) enNotiophilus biguttatus 71,4% (3,3%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666.