Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kleine roodpootglimmer Amara anthobia

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
anthobia [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
anthobia [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae
ExpertTurin, H.

Areaal

West-Palearctische soort. In Midden- en Zuid-Europa, maar vooral Mediterraan en niet in de hoge bergen. Naar het oosten tot Klein-Azië en de Kaukasus. De soort is gedurende de laatste eeuw sterk uitgebreid in noordelijke richting. Geïn-troduceerd in Noord-Amerika (Lindroth 1961-1969, Hieke 1990b). Areaalkarakteristiek: 6, Nederland: submarginaal.

Verspreiding in Nederland

In Nederland zeer verspreid. Bijna alle meldingen zijn van na 1900 en slechts zes van voor 1900 (1862 Den Haag, 1877 Arnhem, 1881 Watergraafsmeer, 1889 Haarlem, 1896 Texel en 1898 Meerssen). Op de Britse Eilanden mogelijk pas onlangs geïntroduceerd, maar inmiddels gevestigd in de zuidelijke helft van Engeland (Lindroth 1974, Luff 1998); niet bekend van Wales, Schotland en Ierland. In Denemarken slechts enkele vangsten, alle na 1900 waarvan de meeste na 1950 (Bangsholt 1983). In Fennoscandië alleen enkele waarnemingen uit Zuid-Zweden maar daar misschien inmiddels gevestigd (Lindroth 1986). In Duitsland rond 1860 nog niet bekend (Horion 1941). In het begin van deze eeuw waren er enkele vindplaatsen verspreid over het zuidelijke deel van Duitsland bekend. In de jaren dertig snel algemener geworden in Midden-Duitsland en hier en daar verder naar het noorden toe uitgebreid (Horion 1936, 1938, 1939, 1954). In Baden-Württemberg is hij op de Rode Lijst geplaatst (Trautner 1992b). In Zwitserland alleen enkele vangsten in het westen (Marggi 1992), aldaar op de Rode Lijst. De soort komt niet in Oostenrijk voor. In België vrij algemeen in het westelijke deel, in het midden van het land meest oudere vangsten, in het zuiden en oosten is hij uitgesproken zeldzaam (Desender 1986).

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal vindplaatsen iets afgenomen, ondanks de gebiedsuitbreiding (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie