Overslaan en naar de inhoud gaan

Bruingele glimmer Amara bifrons

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
bifrons [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
bifrons [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

West-Palearctische soort. In Europa overal, behalve in het noorden en het zuiden. Naar het oosten tot de Kaukasus en westelijk Centraal-Azië. Geïntroduceerd en gevestigd in Oost-Canada (Spence 1990). Areaalkarakteristiek: 3, Nederland: centraal.

Verspreiding in Nederland

In Nederland verbreid in een groot deel van het land, zonder duidelijk patroon en zonder een uitgesproken voorkeur voor zand- of kleigebieden. Op de Britse Eilanden vooral in Oost-Engeland en de Schotse laaglanden; in het overige gebied, inclusief Ierland, min of meer beperkt tot de kust (Luff 1998); evenals A. aulica zeer abundant op de Hebriden. In Denemarken verbreid en algemeen, met name in het oosten, verspreid in West-Jutland (Bangsholt 1983). In vrijwel geheel Fennoscandië, het meest in het zuiden (Lindroth 1945, 1986). In Duitsland is hij vooral in het noorden en oosten de meest algemene Celia-soort (Horion 1941). In Zwitserland in de warmere gebieden, zowel in het heuvelland als in de bergen (Marggi 1992). In België evenals in Nederland een zeer verspreide soort, die ook daar grote gaten in het verspreidingsgebied vertoont, zonder duidelijk patroon (Desender 1986).

Status: het aantal vindplaatsen is in onze streken min of meer gelijk gebleven (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.