Overslaan en naar de inhoud gaan

Bronzen glimmer Amara aenea

Foto: Bas van Hulst-Kuiper

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
aenea [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
aenea [soort]

Xerofiel, heliofiel. Het betreft hier een zeer eurytope soort van voornamelijk open, zonnige terreinen met spaarzame tot dichte maar korte vegetatie, die zowel op zandige als kleiige bodem voorkomt (Lindroth 1974, 1986). Vooral in heiden, graslanden en cultuurland. Ook in tuinen, parken en op niet te natte ruderale plaatsen. In Midden-Europa van het laagland tot in de bergen, tot maximaal ca. 1800 m (Burmeister 1939, Marggi 1992). Succesvolle kolonisator van niet te natte gebieden. Lindroth (1954, 1955 En 1961-1969) noemt ook de eurytopie en de algemeenheid van de soort in Newfoundland en delen van het Noord-Amerikaanse vasteland, ook het massale optreden in stedelijke gebieden. Hij noemt het ook daar een uitzonderlijk dominante soort (zie ook Hieke 1990b).

Vangpotten. Groep: EU(C) (501 series, 3.541 individuen). De vangsten komen uit alle terreintypen behalve hoogveen. In de heiden en open duinen [2-8] zijn de presenties hoog, maar de aantallen relatief laag. In cultuurlanden op zandgronden [12-14] een zeer dominante soort. Vrij hoge scores eveneens in de vochtige en natte terreinen [20-27] en de jonge vochtige (drooggevallen) gronden [29-31]. De laagste scores zien we in de bossen [9, 15-16, 17-18]. Eurytopie: 9 (PRES = 0,97 en SIM = 0,88). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: geen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.