Overslaan en naar de inhoud gaan

Rechte glimmer Amara convexior

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
convexior [soort]

Xerofieler dan A. communis. De gegevens van deze soort zijn lange tijd samengevoegd met die van A. communis (Burmeister 1939, Horion 1941, Lindroth 1945). In Noordwest-Europa vooral op open, zonnige en droge, zandige graslanden, maar ook op grindachtige of kalkrijke bodem met een begroeiing van onder andere reukgras (Anthoxantum odoratum), engels gras (Armeria maritima) of anjers (Dianthus) (Lindroth 1974, 1986). In Midden-Europa vaak in gezelschap van o.a. A. equestris, A. lunicollis en A. aenea (Barndt 1976). In Zwitserland vooral in het heuvelland en het montane gebied, zelden tot subalpien, voorkomend in open terreintypen, inclusief cultuurland en lichte bossen (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: EU(B) (306 series, 3.625 individuen). De vangsten komen uit een aanzienlijk aantal terreintypen, waarbij vooral de hoge scores in vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens), de duinen en schrale graslanden [6-11] opvallen. Ook op ruderale plaatsen en kruidenrijke graslanden [24-26] veel gevangen. In de meeste heiden [1-5] en cultuurlanden [13-15] scoort hij matig of helemaal niet. De vangsten in de bossen betreffen wellicht overwinterende dieren. Ook in de natte terreintypen [21-23, 27-33] slecht of niet vertegenwoordigd. Eurytopie: 8 (PRES = 0,70 en SIM = 0,86). Bodem: geen voorkeur. Vocht: 2. Begeleiders: wederzijds > 50% Amara curta 53,7% (64,2%) en Syntomus truncatellus 58,6% (58,6%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.