Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Ovale glimmer Amara ovata

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Amara [genus] (37/36)
ovata [soort]

Dagactief. Voortplanting in het voorjaar, met een maximum in mei (Larsson 1939). De poprust duurt ca. 15-20 dagen. De ‘verse’ dieren vertonen slechts weinig activiteit in het najaar. Overwintering als adult in 4-5 cm diepe holten in de bodem (Burmeister 1939) of in de poppenwieg (Larsson 1939). De volwassen dieren zijn gedeeltelijk fytofaag, volgens Franz (1970) op de zaden van vooral kruisbloemigen: look-zonder-look (Alliaria petiolata), barbarakruid (Barbarea), kool (Brassica) en van reseda (Reseda). Burmeister (1939) beschreef dat de dieren in korte tijd grote hoeveelheden zaad en onrijpe vruchten kunnen eten. De larve is carnivoor. De larve is opgenomen in de tabel van Arndt (1991).

Dispersie: macropteer. Vliegwaarnemingen zijn o.a. bekend uit Drenthe: april 1 (TVH) en Hurka (1958). Desender vond slechts weinig dieren met vliegspieren, maar benadrukte dat het hier om gegevens van ‘verse’ dieren ging, waar soms weinig duidelijkheid in zit. Hij komt wel voor in de IJsselmeerpolders, maar is daar niet algemeen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie