Overslaan en naar de inhoud gaan

Breedhalsstompkaak Badister dilatatus

Foto: Tim Faasen

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Badister [genus] (8/7)
dilatatus [soort]

Op natte, modderige, meestal kleiige oevers van meren en poelen met zoet water, tussen liggend riet (Phragmites australis) en dood blad, met een vrij hoge begroeiing van o.a. riet, zeggen (Carex) en vlotgras (Glyceria), of met beschaduwing door bomen of struweel (Lindroth 1974, 1986). Op deze plaatsen in Westfalen vaak samen gevonden met Badister lacertosus, B. unipustulatus en Platynus livens. Ook op zeer natte plaatsen in verlandingsgebieden, vaak samen met B. peltatus. In Midden-Europa in het laagland en de heuvels, in de Jura ook montaan, vooral in de (directe) overgangszone van moeras naar water (vergelijk B. peltatus), soms in gezelschap van Demetrias imperialis en Odacantha melanura (Burmeister 1939, Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: Z(F) (2 series, 3 individuen). De vangsten komen van vochtig struweel [23] en een rijk grasland [26], beide plekken nabij water. Het betreft waarschijnlijk zwervers. In de directe oeverzone, waar B. dilatatus doorgaans wordt aangetroffen, functioneren vangpotten niet meer. Eurytopie: 2 (PRES = 0,06 en SIM = 0,38). Bodem: veen. Vocht: 5. Begeleiders: onvoldoende gegevens.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.