Overslaan en naar de inhoud gaan

Moerasstompkaak Badister unipustulatus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Badister [genus] (8/7)

Zeer hygrofiel. Een stenotope soort van beschaduwde, vochtige tot natte terreinen met een humeuze bodem (Lindroth 1974, 1986). Meestal in de onmiddellijke nabijheid van stilstaand water, tussen bladeren, mossen en achter losse schors van o.a. elzen. Typisch voor moerasbossen, veelal met loofhout, zoals elzenbroekbos (Alnus glutinosa) of wilgenbos (Salix) (Burmeister 1939, Lindroth 1974, 1986, Marggi 1992). Soms in een dichte vegetatie van riet (Phragmites australis), zeggen (Carex), vlotgras (Glyceria) etc. (Assmann & Starke 1990).

Vangpotten. Groep: E1 (10 series, 16 individuen). De vangsten komen van beschaduwd-vochtige terreinen, met het accent op natte loofbossen en vochtig struweel [10, 18, 21-23]. Ook waargenomen in ruderale terreinen [24] en kruidenrijke graslanden [26]. Eurytopie: 5 (PRES = 0,21 en SIM = 0,79). Bodem: veen. Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Badister bullatus 90% (4%) en Trechus obtusus 90% (3,6%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.