Overslaan en naar de inhoud gaan

Rietstompkaak Badister peltatus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Badister [genus] (8/7)
peltatus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Badister [genus] (8/7)
peltatus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

Palearctische soort. In Europa van Engeland en Zuid-Zweden tot Midden-Frankrijk en Midden-Italië, naar het oosten tot de Kaukasus en Midden-Siberië. Volgens Marggi (1992) een Holarctische soort. Areaalkarakteristiek: 9, Nederland: submarginaal.

Verspreiding in Europa

In Nederland in het fluviatiele gebied en voor het overige met een patroon dat veel op dat van B. dilatatus lijkt. Voor de Britse Eilanden geldt hetzelfde (Luff 1998), aldaar eveneens zuidelijk maar nog iets plaatselijker; op de waarschuwingslijst (Hyman 1992). In Ierland, waarschijnlijk verbreid maar eveneens zeer plaatselijk (Speight et al. 1982). In Denemarken alleen in het oosten van Jutland, zeer incidenteel en op de eilanden iets algemener (Bangsholt 1983). In Fennoscandië zeldzaam en plaatselijk in het zuiden van Finland en Zweden, maar niet in de hoog gelegen delen (Lindroth 1945, 1986). Niet in Noorwegen. In Duitsland over een groot gebied, maar nergens algemeen en in veel gebieden op de Rode Lijst (Horion 1941, Trautner & Müller-Motzfeld 1995). In Westfalen vrij weinig waargenomen, maar waarschijnlijk veelal over het hoofd gezien (Assmann & Starke 1990). In het westen en midden uitgesproken zeldzaam. Wegens het late onderscheid tussen B. peltatus en B. dilatatus betwijfelt Horion (1954) het voorkomen in Noord-Duitsland. Gezien het voorkomen in Denemarken en Fennoscandië (zie boven) en ook in de Baltische staten (Silfverberg 1992), is het echter vrij zeker dat hij daar wel voorkomt. In Berlijn (Barndt et al. 1991) en Baden-Württemberg (Trautner 1992b) op de Rode Lijst. In Zwitserland van Genève tot aan de Bodensee, niet in de Alpendalen, Graubünden en Tessin (Marggi 1992). Hij blijkt voor te komen in Noord-Italië (Magistretti 1965). In België in het westen, net zoals B. dilatatus, maar slechts incidenteel en zeldzaam (Desender 1986, Desender et al. 1995).

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal waarnemingen ongeveer gelijk gebleven (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.