Overslaan en naar de inhoud gaan

Duinslakkenkraker Licinus depressus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Licinus [genus] (1/1)
depressus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Licinus [genus] (1/1)
depressus [soort]

Nachtactief. Lindroth (1945, 1986) en Franz (1970) gaven voorjaarsvoortplanting aan met imago-overwintering. Barndt (1981) en Luff (in litt.) veronderstellen najaarsvoortplanting met een overwintering als larve. Het is niet onmogelijk dat, zowel in het noorden als in het montane gebied, de voorplanting naar het voorjaar verschuift. Zowel de larven als de adulte dieren foerageren op slakken. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: dimorf; brachypteer op de Britse Eilanden (Luff 1998). De soort is in de literatuur veelal als ongevleugeld aangeduid. Blijkens het onderzoek van Desender (1989a) in Belgiƫ dimorf, met een duidelijke scheiding tussen de twee vormen. Een deel van de dieren bezat vliegspieren, waaronder ook een vrouwtje met rijpe eieren.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.