Overslaan en naar de inhoud gaan

Schijfboogkever Blemus discus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Blemus [genus] (1/1)
discus [soort]

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Blemus [genus] (1/1)
discus [soort]

Vrij eurytoop. De habitat lijkt sterk op die van Trechoblemus micros (Lindroth 1985). De soort komt vooral voor in krimpscheuren en ondergrondse holten in kleiige bodem met een vrij dichte vegetatie, meestal in de nabijheid van water, zoals eutrofe plassen, meren en rivieren, bijvoorbeeld uiterwaarden langs de Duitse Nederrijn (Jarmer 1973). Hij kan in zeer grote aantallen worden gevangen als gebieden overstroomd raken, soms samen met T. micros. Het is een soort van de laagvlakte en het middelgebergte (Burmeister 1939). In Zwitserland zeldzaam, voornamelijk in het heuvelland en ontbrekend in de hoge gebieden, niet boven de 1000 m (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: H2 (176 series, 4.537 individuen). De hoogste dichtheden in vochtige tot natte terreinen, zoals natte bossen en struweel [21-23] en rietland/oever-complex [26-32], vooral zeer talrijk (vaak dominant) in rietland en op kleiakkers in de IJsselmeerpolders. Niet op hoogveen en vochtige heiden. Eurytopie: 6 (PRES = 0,36 en SIM = 0,76). Bodem: zeeklei. Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Pterostichus strenuus 81,8% (23,0%), Pterostichus niger 78,4% (21,4%), Pterostichus melanarius 76,7% (27,1%), Bembidion tetracolum 76,1% (45,6%), Pterostichus vernalis 76,1% (26,4%), Loricera pilicornis 75,6% (19,3%), Trechus quadristriatus 73,3% (28,6%), Clivina fossor 70,5% (26,8%), wederzijds > 50% Poecilus cupreus 59,7% (57,1%) en Bembidion assimile 55,7% (63,5%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.