Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote bombardeerkever Brachinus crepitans

Foto: Theodoor Heijerman

Indeling

Brachininae [subfamilie]
Brachinus [genus] (2/1)
crepitans [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

Palearctische soort. In Europa vanaf Ierland en het Iberische Schiereiland, via Midden- en Zuid-Europa, naar het oosten tot Klein-Azië, Syrië, de Kaukasus, Centraal-Azië en Siberië. Niet in Noord-Afrika, zoals vermeld in diverse recente faunawerken (o.a. Marggi 1992, Luff 1998). Areaalkarakteristiek: 4, Nederland: submarginaal.

Verspreiding in Europa

In Nederland vroeger zeer verspreid in het zuidelijke deel van het land, met waarnemingen uit o.a. Amsterdam en Leiden (o.a. Everts 1898, Klynstra 1941), gedurende de laatste decennia beperkt tot Zuid-Limburg (o.a. Turin 1983a). Op de Britse Eilanden eveneens veel oude vangsten in het binnenland van Zuid-Engeland tot in Zuid-Wales; thans min of meer beperkt tot de kuststreken van deze gebieden, en verder in de kalkgebieden van de Cotswolds en Northamptonshire, en de keileem van Huntingdonshire (Luff 1998). Niet in Ierland (Speight et al. 1982). In Groot-Brittannië op de waarschuwingslijst (Hyman 1992). In Denemarken zeer zeldzaam, alleen op Bornholm (Bangsholt 1983); op de Rode Lijst (Jørum 1995). In Fennoscandië slechts verbreid in het zuidoosten van Zweden tot ca. 60° noorderbreedte en met name op Öland en Gotland; niet in Noorwegen en Finland (Lindroth 1945, 1986). In Duitsland zijn uit de Noord-Duitse laagvlakte alleen oude opgaven bekend (Horion 1941), ontbrekend of uitgestorven in Schleswig-Holstein, Mecklenburg-Vorpommern, Berlijn en Brandenburg (Trautner & Müller-Motzfeld 1995). Verbreid maar zeer plaatselijk in de kalkgebieden van Midden-Duitsland. In Baden-Württemberg (Trautner 1992b) op de waarschuwingslijst. In Westfalen vroeger tamelijk verbreid, maar thans beperkt tot het Oberes Weserland (Assmann & Starke 1990). In Zwitserland verbreid en niet zeldzaam in de warme gebieden vanaf Genève tot aan de Bodensee, in Wallis en Tessin (Marggi 1992). In België verbreid in de Ardennen, maar het aantal vindplaatsen is teruggelopen (Desender 1986), in Vlaanderen op de Rode Lijst omdat de soort daar geheel dreigt te verdwijnen (laatste vangst 1977), nabij Zuid-Limburg alleen waarnemingen van voor 1950.

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal waarnemingen beduidend achteruitgegaan (Desender & Turin 1986, 1989); ook binnen Zuid-Limburg is het aantal vindplaatsen recentelijk sterk verminderd.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.