Overslaan en naar de inhoud gaan

Ruigterondbuik Bradycellus verbasci

Foto: Tim Faasen

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Bradycellus [genus] (7/7)
verbasci [soort]

Nachtactief, overdag o.a. onder heidestruiken (Calluna), waar hij ’s avonds in klimt. Voortplanting in de herfst. De winteractiviteit is bij deze soort minder sterk dan die van de andere Bradycellus-soorten (zie ook de vliegtijd). De volwassen dieren kunnen gedurende het gehele jaar worden aangetroffen. De larve is nog onbekend.

Dispersie: macropteer. De soort beschikt blijkens het onderzoek van Desender (1989a) steeds over optimaal ontwikkelde vleugels en volledig ontwikkelde vliegspieren. Desender beschouwt het vliegvermogen van deze soort van tijdelijke terreintypen zoals kapvlakten en ruderale plaatsen als adaptief. Vliegwaarnemingen zijn vooral bekend van lichtvallen, waar hij soms in aantal op afkomt. Ook bekend uit raamvallen in Drenthe, per halve maand: juli 6/39, augustus 19/14, september 1/0. Het is opmerkelijk dat de top van de vliegtijd ruim een halve maand vroeger ligt dan die van B. harpalinus, en ca. anderhalve maand vroeger dan die van B. ruficollis. Al vroeg waargenomen in de nieuwe IJsselmeerpolders en nog steeds present in de randen van akkers in Zuidelijk Flevoland (Siepel et al. 1996).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.