Overslaan en naar de inhoud gaan

Mostandklauw Calathus cinctus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Calathus [genus] (8/8)
cinctus [soort]

Xerofiel; de oecologische informatie komt voornamelijk van Aukema (1990a, 1995). Deze soort is waarschijnlijk meer aan tijdelijke biotopen aangepast dan C. melanocephalus (zie onder ‘dispersie’). Vaak samen met één van de verwante soorten (C. melanocephalus of C. mollis) in droge schrale graslanden of duinen, maar vooral in weinig bemeste, zandige cultuurterreinen, zoals tuinen, parken, schrale akkers en braakland, meestal met een spaarzame vegetatie.

Vangpotten. Groep: B2 (52 series, 1.186 individuen). De vangsten geven een redelijk maar, met name voor de heiden en duinen, nog onvolledig beeld van de habitat in Nederland. Buiten het zandgebied waarschijnlijk minder dan C. melanocephalus. Hier vallen vooral de scores in Calluna-heiden [4], vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) [6] en cultuurterreinen [12-15] op. Eurytopie: 4 (PRES = 0,3 en SIM = 0,42). Bodem: zand en hoogveen. Vocht: 2. Begeleiders: Calathus fuscipes 80,8% (7,2%), Amara aenea 75% (7,7%), Calathus melanocephalus 75% (4,4%) en Nebria salina 73,1% (31,4%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.