Overslaan en naar de inhoud gaan

Duintandklauw Calathus mollis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Calathus [genus] (8/8)
mollis [soort]

Xerofiel, psammofiel. Een vrij stenotope soort van droge, zandige bodem met een spaarzame zeer open vegetatie, vooral aan de kust tussen zandhaver (Leymus arenarius) en helm (Ammophila arenaria) (Aukema 1990a, 1995, Lindroth 1974). Vaak samen met Demetrias monostigma en Paradromius linearis. In het binnenland komt hij zeldzaam voor in stuifzandgebieden met name in vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens). In de duinen wordt hij regelmatig aangetroffen in gezelschap van de verwante C. cinctus en in zeldzame gevallen ook samen met C. melanocephalus. De soort is zeker niet halobiont.

Vangpotten. Groep: C1 (154 series, 20.441 individuen). De oudere gegevens kunnen, evenals bij C. melanocephalus het geval is, enigszins ‘vervuild’ zijn door materiaal dat behoort tot C. cinctus en oorspronkelijk tot C. mollis. erythroderus is gerekend. Voor het overgrote deel van de vangseries waarin C. mollis present was, is dit echter gecontroleerd, zodat het beeld goeddeels correct zal zijn. De vangsten die met grote waarschijnlijkheid C. mollis betreffen, komen in hoofdzaak uit vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens), de duinen [6-11] en zandige terreinen die vallen in de categorie oevers [31-33]. De scores in het traject [12-26] hebben mogelijk (gedeeltelijk) betrekking op C. cinctus. Eurytopie: 6 (PRES = 0,52 en SIM = 0,76). Bodem: zand. Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Calathus melanocephalus/cinctus 91,1% (16,2%), Calathus erratus 75,2% (18,8%) en Calathus fuscipes 70,1% (18,9%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.