Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote tandklauw Calathus ambiguus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Calathus [genus] (8/8)
ambiguus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Calathus [genus] (8/8)
ambiguus [soort]

Xerofiel. Een vrij stenotope soort van open, droge en warme, schaars begroeide terreinen op zandige of grindachtige bodem, vooral voorkomend in droge heiden en duinen, maar ook op lichte cultuurbodem (Lindroth 1974, 1986). In Oost-Europa vooral in akkers (Thiele 1977). Soms in zandafgravingen. In Midden-Europa vooral op warme plaatsen, vanaf het laagland tot in de bergen tot maximaal ca. 1000 m, maar daar zeer zeldzaam (Burmeister 1939). In Zwitserland bij voorkeur op stuifzanden en op warme zuidhellingen, op plaatsen met een zeer schrale vegetatie (Marggi 1992). Hij wordt samen gevonden met o.a. Calathus erratus, Platyderus ruficollis en xero-thermofiele Harpalus-soorten.

Vangpotten. Groep: B1 (280 series, 16.294 individuen). De vangsten komen voornamelijk uit droge heiden [4-6], duinen [7-11] en zandige cultuurterreinen [13-15]. Verder ook op andere open zandige terreintypen, zoals zandbanken nabij water [30-31]. De soort mijdt natte terreinen zoals hoogveen en natte heiden [1-3], rietlanden en echte oevers [27-28, 32-33], alsmede bossen [16-20]. Eurytopie: 8 (PRES = 0,67 en SIM = 0,84). Bodem: zand. Vocht: geen duidelijke voorkeur. Begeleiders: Calathus melanocephalus/cinctus 85,9% (27,7%), Calathus erratus 85,6% (38,7%), Calathus fuscipes 72,2% (35,2%), wederzijds > 50% Harpalus servus 53,5% (73,4%) en Amara curta 51,4% (56,8%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.