Overslaan en naar de inhoud gaan

Gewone tandklauw Calathus fuscipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Calathus [genus] (8/8)
fuscipes [soort]

Nachtactief. Mannetjes met uitgestoken genitaliën werden in Drenthe al gevonden vanaf eind juni (PB). Voortplantingsactiviteit vanaf eind juli tot eind september, copulatie ’s nachts. Ovipositie van enkele eieren in de aarde in augustus-september, in totaal 15-20 stuks (Burmeister 1939). Het duurt 2-3 weken voor de eieren uitkomen. De (grote) larven overwinteren en verpoppen in het late voorjaar. Het uitharden van de volwassen dieren is een langdurig proces (Larsson 1939). Ook een klein deel van de adulten overwintert en reproduceert voor de tweede keer. De poppen werden ooit aangetroffen in eikels, samen met Curculio-larven (snuitkevers, Curculionidae). De jonge kevers verschijnen in het late voorjaar en de vroege zomer. Polyfaag, het voedsel bestaat voornamelijk uit bladluizen, mieren, rupsen en cicaden (Skuhravy 1959). De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: dimorf. In Drenthe is 0,85% van de dieren gevleugeld (PB). In België 1,2% macroptere (N = 1333). Desender vond een goede scheiding tussen de lang- en de kortvleugelige vorm. De macroptere dieren hebben in België geen vliegspieren en iets gereduceerde vleugels (Desender 1989a). In Scandinavië en op de Britse Eilanden altijd brachypteer (Lindroth 1945, 1986, Luff 1998), er zijn geen vliegwaarnemingen bekend. Evenmin in de IJsselmeerpolders aangetroffen en ondanks de grote mate van eurytopie dus waarschijnlijk wel gevoelig voor barrières.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.