Overslaan en naar de inhoud gaan

Akkergrootoogkever Asaphidion flavipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Asaphidion [genus] (5/4)
flavipes [soort]

In de oudere literatuur is deze soort niet gescheiden van A. curtum en A. stierlini en daarom als eurytoper opgevoerd dan hij waarschijnlijk is. Niettemin, volgens de laatste bevindingen, een vrij eurytope soort van vrij open, lichtbegroeide, vochtige kleibodem of zandige klei nabij water (Lindroth 1985, 1985, Muilwijk & Heijerman 1991, Bauer et al. 1998). Hij wordt o.a. opgegeven van rivieroevers, leemgroeven en akkers. Volgens Marggi (1992) komt hij in de Jura en Zwitserse bergdalen voor op humusrijke bodem of humeuze leem en is het geen echte oeverbewoner. Waarschijnlijk hebben de vondsten aan oevers aldaar betrekking op A. austriacum. In Zwitserland vooral een soort van bosranden, wegranden en ruderale terreinen, vanaf het heuvelland tot montaan, maximaal 1200 m. Zie onder ‘Dispersie’ voor vangsten op kleiakkers in Zuidelijk Flevoland. Thiele (1977) noemde hem als één van de soorten die in Midden-Europa akkers en graslanden bewonen, en die wellicht in Rusland (Lugansk-gebied) hun verspreidingscentrum vinden in de zogenoemde ‘ravine-forests’ (Sluchtwälder) (Ghilarov 1961).

Vangpotten. De vangsten hebben betrekking op een combinatie van A. flavipes en A. curtum. Omdat het oudere vangpotmateriaal grotendeels verloren is gegaan, kan ook geen scheiding meer worden toegepast. Groep EU(G) (142 series, 784 individuen). Het is waarschijnlijk dat de vangsten in heiden [2-6] en open zandige cultuurlanden [12-15], grotendeels betrekking hebben op A. flavipes. Er zijn weinig vangsten van de beide soorten uit hoogvenen, duinen [1,7-11] en naaldbossen [17]. In loofbossen, beschaduwd-vochtige terreintypen en ruderale terreinen [18-31] zijn zeer waarschijnlijk beide soorten vertegenwoordigd, maar vooral A. curtum. Eurytopie: 8 (PRES = 0,79 en SIM = 0,80). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: geen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.