Overslaan en naar de inhoud gaan

Rondhalszwartschild Pterostichus madidus

Foto: Tim Faasen

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Pterostichus [genus] (19/18)
madidus [soort]

De bospopulaties zijn voornamelijk nachtactief, maar de veldpopulaties vertonen meer dagactiviteit, ca. 15-30% (Thiele 1977, Williams 1959). Voortplanting vindt gewoonlijk plaats in het najaar. Burmeister (1939) meldde echter dat copula’s zowel in het voorjaar als najaar werden geobserveerd. Ovipositie dicht aan het bodemoppervlak, de eieren worden in groepjes van ca. 30 stuks gelegd, deze komen na ongeveer 20 dagen uit (Burmeister 1939). De larven die in het najaar verschijnen, overwinteren en hebben een door temperatuur gereguleerde parapauze (Thiele & Krehan 1969). Ook een deel van de imago’s overwintert en neemt in het volgende jaar opnieuw aan de reproductie deel. Luff (1973) vond dat in montane gebieden, waar de zomers te kort duren voor een volledige ontwikkeling, alle adulten die in de zomer uitkomen eerst overwinteren alvorens deel te nemen aan de reproductie, waardoor de ontwikkeling daar dus tweejarig is. De larven hebben een zeer breed voedselpakket, van vooral wormen en allerhande insectenlarven (Luff 1974). De volwassen dieren eten ook aan vruchten en planten, zoals het vlezige deel van aardbeien (Briggs 1965) en jonge bietenplanten, waardoor zelfs schade zou kunnen ontstaan (Burmeister 1939). Luff (1973, 1987) noemt enkele regelmatig optredende parasieten van deze soort, zoals de paardenhaarworm Parachordodes (Nematomorpha) en de parasitaire wespen van de genera Phaenoserphus en Proctotrupes (Hymenoptera, Proctotrupidae). De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: brachypteer. Het is echter een vrij goede loper die een snelheid van ca. 9 cm/sec. haalt (Thiele 1977). Water is een belangrijke barrière voor de soort, Heydemann (1967c) vond een uitgesproken slechte overleving bij dieren die in het water terecht waren gekomen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.