Overslaan en naar de inhoud gaan

Gepuncteerde zwartschild Pterostichus strenuus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Pterostichus [genus] (19/18)
strenuus [soort]

Nachtactief, maar volgens Burmeister (1939) ook overdag actief. Voortplanting in het voorjaar vanaf eind maart tot ver in juli, larvale ontwikkeling in juni-augustus. De poprust duurt ca. één week (Burmeister 1939). ‘Verse’ dieren in de herfst, vanaf begin september. overwintering als imago. De dieren kunnen langer dan één jaar leven. Het voedsel is niet uitsluitend dierlijk. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: polymorf. De vleugels kunnen praktisch alle afmetingen hebben en er is nauwelijks een scheiding tussen de ongevleugelde en de gevleugelde vorm (Desender 1989a). Het merendeel van de dieren vertoont vleugelreductie. Bij zes populaties in België vond Desender (1989a) wel een relatie tussen vleugeltypen en de ouderdom van de populaties, maar nauwelijks met het terreintype. Hij vond in slechts weinig gevallen volledig ontwikkelde vliegspieren. Volgens Thiele (1977) vertonen de vrouwtjes vliegspierautolyse bij eirijping. Er zijn vliegwaarnemingen bekend uit Drenthe: april 3, mei 17, juni 3 (TVH). De soort werd snel in de IJsselmeerpolders aangetroffen (Haeck 1971) en komt daar nog steeds veel voor, onder andere in de akkers (Siepel et al. 1996). In 1964 was het percentage gevleugelde dieren in een jong bos in Oostelijk Flevoland 68%, tegen 12% in Drenthe.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.