Overslaan en naar de inhoud gaan

Kruispronkloper Lebia cruxminor

Foto: Tim Faasen

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Lebia [genus] (3/3)
cruxminor [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

Palearctische soort. In nagenoeg geheel Europa, behalve het hoge noorden en delen van Noord-Afrika. Naar het oosten tot Palestina en Noordwest-China, volgens Horion (1941) tot Japan. Areaalkarakteristiek: 5, Nederland: marginaal

Verspreiding in Europa

In Nederland meestal slechts incidentele vangsten. Hoewel hij in een groot deel van het omliggend gebied voorkomt, moet hij voor Nederland toch als een randsoort beschouwd worden. Bij ons nagenoeg beperkt tot Zuid-Limburg. Daarbuiten zijn enkele vangsten bekend uit Noord-Brabant (alle uit de omgeving van Eindhoven (FT70, FS79) (AT, CB, CA) (zie ook Berger & Poot 1970). Klynstra (1951) bericht nog van een vangst bij Breedenhoek in 1939 (bij Dinxperloo LC25), deze opgave is echter twijfelachtig en niet opgenomen. Op de Britse Eilanden vroeger verbreid in het zuiden van Engeland en Ierland, plaatselijk tot het zuiden van Schotland, maar recent alleen gevonden in Oost-Cornwall, Oost-Sussex en the counties Clare and Fermanagh (Ierland) (Luff 1998). In Groot-Brittannië op de Rode Lijst (Hyman 1992). In Denemarken zeer zeldzaam, op Jutland alleen incidenteel in aanspoelsel, verder verspreid op de eilanden, voornamelijk in het noorden van Seeland (Bangsholt 1983). In Fennoscandië tamelijk verbreid in het zuidoosten van Noorwegen, Zuid- en Oost-Zweden, noordelijk tot de poolcirkel en in het westen en zuiden van Finland, plaatselijk in relatief warme gebieden niet zeldzaam (Lindroth 1945, 1986). In Oost-Duitsland minder zeldzaam, maar vooral in West- Midden- en Zuid-Duitsland vrij zeldzaam en recent weinig gevonden (Horion 1941). Ook in Westfalen zeer zeldzaam geworden in de laatste decennia (Assmann & Starke 1990). In de omgeving van Berlijn (Barndt et al. 1991), Baden-Württemberg (Trautner 1992b) en de meeste andere gebieden (Trautner & Müller-Motzfeld 1995) op de Rode Lijst. In Zwitserland in warme gebieden, van het bekken van Genève, Basel en Schaffhausen tot aan de Bodensee; in Wallis en Tessin (Marggi 1992). In België vooral op de kalkgraslanden in de rivierdalen, recent slechts van weinig vindplaatsen bekend (Desender 1986), uitgestorven in Vlaanderen (Desender et al. 1995).

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal vindplaatsen sterk achteruitgegaan (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.