Overslaan en naar de inhoud gaan

Heidekielspriet Poecilus lepidus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Poecilus [genus] (5/5)
lepidus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

Palearctische soort. In geheel Europa, behalve het extreme noorden en zuiden. Naar het oosten tot in Siberië, tot het Amoergebied. Areaalkarakteristiek: 3, Nederland: centraal.

Verspreiding in Nederland

In Nederland min of meer beperkt tot de diluviale zandgronden, weinig of niet in de duinen. Op de Britse Eilanden discontinu in Engeland, in de zuidelijke heidegebieden van Dorset en noordelijk in Yorkshire, verder plaatselijk door heel Groot-Brittannië, niet in Ierland (Luff 1998). In Denemarken verbreid, maar niet gewoon (Bangsholt 1983). Dit geldt ook voor Fennoscandië, waar hij voorkomt tot boven de poolcirkel, ontbrekend in het noordwesten en noorden (Lindroth 1986). In Midden-Duitsland in zandige gebieden, niet zeldzaam (Horion 1941). In Baden-Württemberg op de Rode Lijst (Trautner 1992b). In Zwitserland nagenoeg beperkt tot het zuiden van het land, daar vrij algemeen (Marggi 1992), verder in geheel Midden-Europa. In België vooral in het noorden en het oosten verbreid (Desender 1986).

Niet opgenomen: de enige melding van deze slechte verbreider uit Flevoland: Lelystad (FU62).

Status: in Nederland en het omliggend gebied zeer duidelijk in aantallen vindplaatsen achteruitgegaan (Desender & Turin 1986, 1989).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.