Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwarthalsglansloper Stenolophus mixtus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Stenolophus [genus] (3/3)
mixtus [soort]

Hygrofiel. Een soort van natte en vochtige plaatsen zoals moerassen en de oevers van poelen, met name op modderige of kleiige bodem met een vrij rijke vegetatie (Lindroth 1974, 1986, Luff 1998). Veel op plaatsen met (tijdelijk) instabiele omstandigheden, bijvoorbeeld natte bossen en natte graslanden met struweel die ’s winters geheel onder water komen te staan, ook in aanspoelselgordels. Vooral in het laagland, maar in Midden-Europa ook in het heuvelland en de bergen tot maximaal 1000 m (Burmeister 1939, Marggi 1992). Soms in composthopen, onder vochtig plantenmateriaal en in mos.

Vangpotten. Groep: H2 (124 series, 35.365 individuen). De vangsten komen vrijwel uitsluitend uit zeer vochtige en natte terreintypen met een vrij dichte begroeiing, zoals hoogveen [1], vochtig struweel [23], rietlanden en drooggevallen gronden [28-31]. Niet in te open, natte terreintypen [32-33]. Eurytopie: 6 (PRES = 0,42 en SIM = 0,74). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Pterostichus vernalis 89,5% (21,9%), Pterostichus strenuus 84,7% (16,7%), Pterostichus niger 79,8% (15,4%), Anisodactylus binotatus 77,4% (41,4%), Pterostichus melanarius 77,4% (19,3%), Pterostichus nigrita/rhaeticus 77,4% (22,2%), Loricera pilicornis 73,4% (13,2%), Bembidion tetracolum 71,8% (30,3%), wederzijds > 50% Bembidion assimile 75,8% (63,5%) en Agonum thoreyi 57,3% (76,3%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.