Overslaan en naar de inhoud gaan

Glimmende langkaak Stomis pumicatus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Stomis [genus] (1/1)
pumicatus [soort]

Hygrofiel, cultuurvolger. In experimenten bleek de soort eurytherm en lichtschuw te zijn (Thiele 1977). Vooral op matig vochtige, lemige of kleiige, humusrijke bodem, met een voorkeur voor lichte cultuurterreinen zoals graslanden en vrij open maar beschaduwde terreintypen zoals tuinen, parken met een vrij rijke vegetatie, onbeheerde graslanden, bijvoorbeeld in uiterwaarden (Lindroth 1974, 1985), maar ook in open bostypen (o.a. Barndt et al. 1991). Vaak aangetroffen in nesten van mollen en knaagdieren, en voorkomend van het laagland tot ca. 2000 m (Burmeister 1939, Marggi 1992). Hij wordt zelden in zeer grote aantallen gevangen.

Vangpotten. Groep: D2 (178 series, 1.737 individuen). Er zijn geen vangsten van puur venige of zandige bodem en open oevers [1-12, 31-33]. De hoogste dichtheden en presenties in loofbossen [18-19] maar niet in het eiken-haagbeukenbos [20]. Verder vooral in beschaduwd-vochtige terreinen, zoals natte bossen en struwelen, ruderale terreinen en kruidenrijke graslanden [21-26]. Eurytopie: 6 (PRES = 0,42 en SIM = 0,84). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Nebria brevicollis 73,3% (19,6%) en Loricera pilicornis 70,6% (18,4%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.