Overslaan en naar de inhoud gaan

Duinloper Masoreus wetterhallii

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Masoreus [genus] (1/1)

Xerofiel. Een soort van droge zandgronden met zeer spaarzame vegetatie, vooral in de duinen aan de kust, maar, bijvoorbeeld in Norfolk (Engeland) ook in droge heiden in het binnenland waar de soort te vinden is onder struikheideplanten (Calluna vulgaris) (Lindroth 1974, 1986, Luff 1998). Frequent in de zeereep, o.a. in het gezelschap van Calathus mollis. In hoofdzaak een laaglandsoort die in het Midden-Europese berggebied nagenoeg ontbreekt (Burmeister 1939). In Bulgarije ook montaan (Hieke & Wrase 1988). In de binnenlanden van Noordwest-Europa plaatselijk ook op schrale graslanden en in zandige, droge heiden, met name in vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens), in gezelschap van o.a. Calathus ambiguus, C. erratus, Cymindis macularis, Harpalus anxius, H. smaragdinus en Syntomus foveatus.

Vangpotten. Groep: B1 (143 series, 653 individuen). De vangsten komen vooral uit droge heiden en vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) [4-6], de meer open duinen [7-8] en schrale zandige graslanden [11]. Hij mijdt zandige cultuurlanden [12-13] bijna geheel. Eurytopie: 6 (PRES = 0,39 en SIM = 0,73). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Calathus melanocephalus/cinctus 92,5% (15,4%), Calathus erratus 89,8% (21%), Calathus fuscipes 80,3% (20,3%) en Syntomus foveatus 74,8% (29,9%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.